vrijdag 8 oktober 2021

Dag 8: Chamonix

Dag 8: Chamonix (deze en volgende posts zijn niet afgewerkt, men zou kunnen zeggen dat het zo leuk was dat we er wilden van genieten ipv het op te schrijven en documenteren)

Bedeesd steken we even ons hoofd buiten. We bespieden kort de bosrand en komen -opgelucht- tot het besef dat er geen monsterhond te zien is. De nacht ervoor waren we namelijk het bos ingejaagd door een heel kwaad geblaf en gegrom van een hondachtige. Ik ben niet snel bang, maar dit deed ons beide toch wel op ons ongemak voelen. Maar niet getreurd, we leven nog.
Vandaag op het programma: iets waar ik al maanden naar verlang, eens in hogere sferen gaan. In tegenstelling tot mijn aan lager wal geraakte leeftijdsgenoten probeer ik dit wel liever zonder leuke plantjes. We 'beklimmen' vandaag niks minder dan ''De Mont Blanc''. 
Wanneer ik dit vertel aan mijn reiscompagnon tijdens het ontbijt, kan ze met moeite haar enthousiasme intomen, conclusie: de matras en de binnenkant van de auto ruiken nu naar de opdrogende melk van het potje cornflakes dat ons ontbijt inhield. Een opkuisje en een 2e poging tot ontbijten later gaan we op weg.
We rijden naar Chamonix, een befaamd bergstadje aan de franse voet van de Mont Blanc. De berg geeft mij de allereerste blik op een besneeuwde top. Nog nooit eerder in mijn hele leven zag ik een berg, die echt een berg was. Een berg met een boomgrens, gletsjers en gletsjermeren, seracs, en pure kolossaliteit. It os a sight to behold.
Bijna even imposant als de berg is het prijskaartje voor de kabellift (je dacht toch niet dat we TE VOET de Mont Blanc zouden beklimmen zeker). Een luttele 70 euro per persoon. Maar ik kan u zeggen, het is hem Elke.Cent.Waard.
De kabellift neemt ons in 2 fases van het grondniveau naar een top van 3842m boven zeeniveau. Dit is de hoogste plek die ik, en daarmee ook heel mijn gezin ooit heeft bereikt. (Ah verdorie.. vergeet ik weeral dat vliegtuigen bestaan)
Let me tell you, vandaag was volgens mij de zotste ervaring in mijn hele leven, of toch wel zeker op vlak van natuur. Ik heb mooie reizen gemaakt en magnifique steden en plaatsen gezien, maar dit sloeg alles. Wanneer je uit uw peperdure kabellift stapt -waar je al zwetend aan 32 graden bent ingestapt- en die koude voelt, het is niet te beschrijven. Van 32 graden, naar een stuk onder 0, met rukwinden die ik in mijn leven nog niet gevoeld heb, rukwinden die écht pijn doen omdat ze snijden aan uw benen en striemen aan uw gezicht van de koude, en dat op 10 minuten tijd.. (kijk eens aan, het lukt toch om het een beetje te beschrijven, maar om het te geloven, jongens, daar moet je het zelf voor gedaan hebben.)
Wat normaal ook een toeristische trekpleister was, bleek nu door corona en miezerig weer een plaats van rust. Observatieplatformen waar normaal honderden mensen staan aan te schuiven voor een blik op De Grote Witte Berg zijn nu verlaten. Daar grijpen we dan ook onze kans. We blijven bovenop de berg elk platform ontdekken, ijstunnels doorwandelen, genieten van het uitzicht (wanneer de wind 2 seconden gaat liggen, anders zie je oprecht niks) tot we noodgedwongen de majestueuze plek moeten verlaten; we krijgen ijskoud in onze short en regenjasjes. Dat is ook maar normaal wanneer het vriest en je 2u rondloopt op een plek die zelfs door vliegen wordt vermeden. 
We nemen dus, na oneindig veel ''oooh's'' en ''aaaah's'' en met spijt in het hart, de kabellift terug naar beneden. Een kleine kilometer lager bereiken we met de lift een soort tussenstation. De trip van helemaal naar beneden tot boven zou namelijk veel te lang zijn voor een kabellift. Dit tussenstation bevindt zich nog steeds hoog boven de boomgrens en biedt een ruw en onvriendelijk maar prachtig landschap aan. We willen natuurlijk niet op de Mont Blanc staan en met lege handen (zonder wandelen dus) naar huis gaan, en de temperatuur was hier een heel stuk leefbaarder dus besloten we een klein tochtje te doen. Vanop een platform bovenaan zagen we ongeveer op deze hoogte een helblauw meertje. En dan bedoel ik ook wel helblauw, want dit is niet het kleur dat je verwacht van water, dit verwacht je van ijs of zo van die coolpacks voor ontstoken enkels die in uw diepcries zitten. Dit water was zó helder, en zó koud, dat je het echt zag aan de kleur van het water. Volle moed gingen we dus op zoek. Deze wandeling, hoewel kort in afstand en tijd, was voor mij een van de mooiste wandelingen die ik ooit gedaan heb. (Ja ik weet het, ''maar baptist, gebt dat nu al 5 keer gezegd deze reis'', en ja, je hebt gelijk, maar dat wilt alleen maar zeggen dat het een mooie reis was, nah!) 
Het pas bestond uit niks meer dan stenen, er was geen pad, hier en daar zag je een bordje, zodat je wist welke richting je ongeveer uit moest, maar er was gewoon geen aarde of gras om een padje op aan te duiden. Als 2 heel erg lompe berggeiten kropen we dus onze weg naar het blauwe meertje dat we boven gezien hadden. Toen we aankwamen waren we terug moe en bezweet van het geklauter, en zetten we ons op een rots om een koekje te eten en te reflecteren over wat we de laatste uren allemaal gezien hadden.
Ik had een vreemd maar aangenaam gevoel op die plek. Dat meer straalde een soort gevoel uit dat moeilijk te omschrijven valt. Het was er niet stil; een mama wilde vakantiefoto's van haar opstandige kleuters, en een hollandse papa wilde indruk maken op zijn dochters door te pootjebaden in het meertje, maar toch straalde het een soort rust uit. Het ligt op zo'n onbegaanbare plek, het heeft zo koud dat het voelt alsof geen enkel levend wezen erin kan overleven en dat leek zo 'sterk' zo een 'macht' dat die plek had precies. En dat lieten we even bezinken, met op de achtergrond nog steeds de bron van dit meer, de 4.5km hoge berg.
Net voor we terug vertrokken, deed ik wat elke toerist niet laten kan. Ik steek even mijn voeten in het meer. Ongeveer 6 seconden nadat je je voet tot je enkel in dat water steekt, voel je je grote teen niet meer. Je huid wordt helemaal wit en begint zelfs blauw te worden, en elk spiertje begint plots stevig pijn te doen. Je kan oprecht niet langer dan 30 seconden in dit meer staan omdat het zoveel pijn deed. Het deed me alleen maar meer denken aan de ontoegankelijkheid voor mensen op zo'n plek, terwijl we terug richting kabellift begonnen te wandelen.
Terug aan het station zetten we ons op een bankje, genietend van een zonnetje dat ons terug lekker warm houdt. We blijven zitten kijken naar alles in de omgeving, alle sneeuw, de toppen, de valleien gevuld met dorpjes, de enkele alpenkauwen die als znige vogel te zien zijn hier. Geen betere plek om te praten, wat dingen te plannen voor de dagen erna en een beetje te appreciëren wat voor een przchtige dag het was.
We zitten goed. Zo goed zelfs, dat we blijven zitten tot een van de laatste kabelliften van de dag wordt afgeroepen. Beneden doen we snel onze jassen terug uit en zoeken we onze getemde schimmel terug op. 
Dit was veruit de grootste activiteit die we deze reis zouden doen, (i mean, op de top vd Mont Blanc staan, dat is toch echt wel een vinkje erbij op de bucket list) en dus hadden we ook ruim de tijd genomen om ervan te genieten. Het was ondertussen 17u30. 
We beslissen om nu in 1 rit naar Albertville te rijden. Daar hadden we net een hotel geboekt, het eerste in 4 dagen tijd, dus ik kan je verzekeren, douchen deed heel veel deugd. We aten nog een heerlijke maaltijd op een lokaal pleintje met jazzmuziek op de achtergrond van het festival even verderop. En besluiten van hieruit morgen ons oorspronkelijk reisplan eindelijk aan te vangen. Alles dat we tot hiertoe gezien en meegemaakt hebben, was eigenlijk hetgeen 'onderweg' naar de Route Des Grandes Alpes. Een 670km lange route van Genève tot de Cote d'Azur, doorheen 5 natuurgebieden, en de hoge en noordelijke Franse Alpen. Die route start morgen (spoiler, het is er mooi enzo) dus gaan we nu goed slapen. Tot morgen! (of binnen 2 weken als ik maar zo traag posts upload)

Ps: ik wil nog even zeggen dat vandaag werkelijk voor mij een van de gekste dingen was die ik al ooit heb meegemaakt. Een eerste keer ooit zag ik een besneeuwde top, en dan nog niet de minste, een van de hoogste toppen van de wereld. Daarbovenop ben ik gewoon daar boven gaan staan (ma echt e) ik kan het nog steeds niet echt geloven. EN DAARBOVENOP heb ik bijna mijn teen verloren aan een gletsjermeer dat zo blauw ziet als een hoop gesmolten smurfen. (Lichtjes overdreven dan wel, dat van de teen, niet van de smurfen)
Ik raad hierbij iedereen dus aan, betaal die 70 euro, en ga daar naar boven, ge gaat het u in heel uw leven nie spijten. Pinky promise

woensdag 28 juli 2021

Dag 7: Annecy

23 juli, 9u, een stille heuvel nabij Annecy

Nog slaperig van de lange rit gisteren staan we op. Toen we toekwamen begon het al te schemeren en hadden we dus niet echt een mooi zicht op wat Annecy te bieden heeft. Er werd ons volgens de gids een gletsjermeer om in te zwemmen, prachtige uitzichten en een zonnetje beloofd. En dat was exact wat we kregen. Koeken van de bakker in de koffer reden we naar het eerste 'strandje' dat we tegenkwamen. We ploeften ons neer op ons picknickdekentje en zijn niet meer in de auto gekropen tot 13u. Eten, rusten, zwemmen, drogen, zonnen; het werd een luilekkerdagje. En terecht, dit is heel gemakkelijk de zotste plek waar ik ooit gezwommen heb. Het water is turquoise van kleur  superhelder, en heeft een temperatuur van 24 graden. Rondom ons is het gekste uitzicht van de reis tot nu toe. Overal rotsen die uitsteken en glinsteren in het licht van de zon. Als iemand ooit nog eens een vakantie zoekt om te luieren: proficiat, u hebt uw bestemming gevonden. We waren zo onder de indruk (en zo lui) dat we gezamelijk maar 1 schrale foto hebben van het meer.
In de namiddag deden we nog een kleine wandeling en uitgebreid eten op een hoge plek, met uitzicht op het meer. Volledig opgewarmd tijdens het eten en de wandeling, spendeerden we dan maar de hele namiddag opnieuw aan het meer.
Als ik gebruind thuiskom, is het minstens 75 procent van vandaag.
Na zo'n hele dag luieren móeten we wel eens verder, anders spenderen we morgen de hele dag opnieuw op dezelfde manier. (Op zich heeft niemand hier iets op tegen, maar we hebben nog iets gepland voor morgen, waar ik persoonlijk al een tijdje naar uitkijk)

We stoppen even bij een Lidl voor wat voedsel, en op de parking (dus waar je normaal parkeert voor naar de winkel te gaan) krijg je een zicht op de nabije toppen. Een zicht dat je in heel België niet kan vinden (en indien dat wel kon, betaalde je je blauw voor parking). Zn iedereen loopt hier gewoon voorbij, alsof het niks is. Dat is wat de Alpen met je doet. Je beseft niet meer op welke zotte locatie je staat, en vergezichten die speciaal waren in de Vogezen, zie je hier wanneer je op zoek bent naar een publiek toilet (waar meestal geen bril is trouwens). België wordt saaier met de minuut.
Een helse rit op een steile helling met een losse ondergrond later, bevinden we ons op onze slaapplek. Een pareltje, al zeg ik het zelf. Wanneer je vanuit uw bed zowel het meer van Annecy kan zien als de Mont Blanc, dan hebje een mooie plek gevonden om u bed te zetten. 
We eten een lekker avondmaal, ballekes in tomatensaus met (what else) stokbrood en genieten van het uitzicht met een glas mede. Klaar voor de volgende dag. Hint: er is sneeuw morgen



maandag 26 juli 2021

Dag 6: Les Cascades du Hérisson

22 juli, Bonlieu, 9u. 

We stoppen even langs een bakker. We zijn zonet opgestaan en onderweg naar onze wandeling gaan we een snel ontbijt halen. Helemaal uitverkocht is de boodschap, dus trekken we ons  met een misvormd gigantisch stokbrood (dat ze blijkbaar gewoon 'brood' noemen, zot toch). Verder op weg naar onze wandeling passeren we een mooi zicht op 4 dichtbijzijnde meren, het lijkt wel alsof er inkt in het water ligt.
Tegen 10u30 beginnen we aan de wandeling. Zoals gezegd was het dus een wandeling van een 8-tal kilometer langs de watervallen van de Hérisson. Natuurlijk hadden we niks geleerd van onze fout gisteren, en liepen we weer recht de toeristenval in. Het was drummen, duwen, wachten en zelfs aanschuiven om de wandeling te kunnen doen. Iets dat normaal een klein uur wandelen was, duurde 3u, en was allesbehalve aangenaam wandelen. Desondanks waren er toch uiterst mooie plekjes en imposante watervallen. 
We zagen nu in, dat de wandeling verwachte dat je gewoon heen en terug wandelde. We zagen het dan wel niet zitten om ons nog eens door dat volk te wurmen, en besloten een ommetoer te nemen om terug bij de auto te geraken. Een ommetoer werd uiteindelijk een wandeling van 11km, waarvan meer dan de helft in de felle namiddagzon. 

Moe, oververhit, uitgedroogd maar content kwamen we toe aan onze voorverwarmde auto. We tappen wat lauw water in ons lijf en vertrekken zo snel mogelijk om met de ruiten open een briesje te voelen. Eenmaal we een beetje bekomen waren zochten we een plekje om te picknicken voor onze (na)middagmaaltijd. Uitgebreid genieten van kaas, vleesjes, frans brood, met een stuk fruit en een yoghurt, het smaakt. Alhoewel na die wandeling alles zou smaken denk ik (behalve champignons misschien, wie lust dat nu ooit). In de schaduw van een boom op het grasland van een afwezige kudde koeien genoten we van een luie namiddag. We babbelen wat, bereiden de trip naar de Alpen voor, bedenken wat er nog gedaan wordt vandaag, en dommelen een beetje in. Siësta's zijn belangrijk, daar vind je vast wel bewijzen over. 
Helemaal uitgerust, en de drukte even beu nemen we een beslissing. Jura is een prachtig gebied, maar op dit moment is alles overgoten met toeristen en dat maakt de ervaring minder leuk dan ze zou kunnen zijn. Vastbesloten om ooit terug te komen op een rustiger moment, vertrekken we richting onze volgende regio: de Franse Alpen. First stop: Annecy. Een monument langs de weg geeft ons een mooi proevertje van de Alpen, en we zijn helemaal klaar om ons onder te dompelen in een nóg wildere natuur.
 
Alpen, here we come.

zaterdag 24 juli 2021

Dag 5: Jura

21 juli, gehucht aan de Franco-Suisse grens, stuwdam van Renfrieu, 8u30.

Na een koele nacht beginnen we aan ons ontbijt. Wat fruit snijden naast ons mislukt kampvuur, en een half uurtje later vertrekken we met bolle buik naar onze eerste stop in Jura. 
Les Echelles de la Mort, ook wel de trappen des doods zijn onze eerste stop. We lazen in ons boekje dat het een klein kwartiertje wandelen was vanop de parking van de stuwdam -die waar wij dus naast geparkeerd stonden- en vertrokken dus voor een kort tochtje. Bleek even later natuurlijk dat hetgeen wij naast stonden geparkeerd maar een voorproever was, een regelaar voor de watersnelheid, voor de stuwdam die 4km verderop lag. Een kwartier wandelen werd dus een uur en een kwart wandelen... Eenmaal toegekomen bleek het wel de moeite waard te zijn. De Trappen des Doods bleken 3 hoge metalen trappen te zijn, vroeger gebruikt door smokkelaars. Een stevige klim, met een uitzicht als beloning.
We hadden beide nog nooit zo een wilde natuur gezien, zo'n hoge ruwe onbeklommen rotsen... Nog onder de indruk van ons uitzicht, gingen we op de terugweg langs een plaatselijke GR-route door het bos naar onze slaap/parkeerplek, waar we opnieuw werden verrast. Alles was hier begroeid met een dikke laag mos, en met ''alles'' bedoel ik ook alles; bomen, grote rotsen, het pad, de bodem. Het gaf een gevoel van een sprookjesbos, heel dichtbegroeid, en overal datzelfde groen. 
Als dit een voorproever is van wat Jura te bieden heeft, dan gaan we de Vogezen niet onmiddellijk missen. 
We zetten onze route verder, met een picknick onderweg. We waren ondertussen al een tijdje langs de Doubs (een rivier) aan het rijden. Dus leek het ons maar gepast om een plek te bezichtigen die n'saut du Doubs'' heette. Logischerwijs was dit dus een waterval. We parkeerden ons in de vlammende zon, want de schaduwplekjes waren ingenomen. Onze gele bol gaf er wel een lap op, want het werd heel warm (eigenlijk de hele reis al om eerlijk te zijn, soms missen we toch wel een airco in de auto). En de afdaling van de parking naar de waterval bleek een serieus zware wandeling te zijn. In deze hitte was dat geen aanrader natuurlijk, maar jong en onbezonnen deden we het toch maar gewoon. Eenmaal beneden beseften we dat dit een echte tourist-trap was. We wurmden ons door het volk en deden ons best om alle schreeuwende kinderen te negeren. Om na al dat gedoe een enkele waterval te zien. Toegegeven, het was wel een mooie, maar de moeite waard, na dat uitzicht en de wandeling van deze morgen? Niet echt. 
Het kan dus ook tegenzitten op deze reis, maaaarrr, we laten ons niet doen. We rusten even uit naast de auto met wat water, waarop we weer verderrijden met een briesje in de haren en een luide cd om ons humeur terug op te krikken.
We wilden graag morgenochtend een wandeling maken langs de Hérisson (ja oke, nóg een rivier). Deze wandeling zou heel wat prachtige watervallen bevatten (JA OKE, NÓG WATERVALLEN) en om het meeste volk te vermijden wilden we vroeg vertrekken. Daarom reden we al in die richting vandaag. We deden nog een halte bij des dames d'entreporte, waar de weg even werd versperd door de ons ondertussen bekende 'koe met belleke eraan'.
Onderweg stopten we ook nog voor een hamburger die zo lekker was dat we te traag waren om een foto van te nemen. Vertrouw ons maar, het zag er lekker uit.
We parkeren ons deze nacht ergens in het bos, dichtbij de wandelplek voor morgen. Een lange dag, dus we vallen opnieuw snel in slaap. Tot de volgende :)

vrijdag 23 juli 2021

Dag 4: Le Grand Ballon

Witzenheim, 9u30, 20 juli

''en ot spel nie miewerkt, ton moeje zègn, jemoejemoeloen''

Dit is ondertussen de 3e keer dat ik deze post uittyp. Al die technologie werkt nie echt mee de laatste tijd. Sorry voor de vertraging. 

Een goede nachtrust en een stevig ontbijt achter de kiezen zijn we klaar voor een nieuwe dag. Vandaag op het programma: de Route des Crètes, en daarmee ook de Vogezen 'afwerken'. 
Na wat sightseeing en misverstanden qua afstanden inschatten, komen we tegen 11u terug op onze ondertussen vertrouwde route. We kwamen nu al enkele plaatsen tegen met prachtige vergezichten, die ons opnieuw herinneren dat foto's niks waard zijn in deze streek. We doen tóch een poging.
Dan eindelijk beginnen we weer aan de steile kronkelende wegen die we kennen van de vorige dagen. 
We zien deze dag wel uitzonderlijk veel dieren. Veel grote biddende adelaars, berggeitjes, veel te veel insecten, kwikkige kwikstaartjes, en hier en daar een eekhoorn of een vluchtig hertje. Nog onder de indruk van een dichtbijzijnde adelaar draai ik een bocht om, waarin ik plots stevig in de remmen ga staan. Ik had iets gezien. Het was prachtig, ik had het in geen jaren gezien. Met een magnifique grootte, sensuele soepele vormen, werkelijk iets om zalige ritjes op te doen. Ik zag een rödelbahn.
5 ritten later waren we, goed uitgewaaid en met het haar in de war, klaar voor de volgende stop. Je kon het al zien van op onze rödelbahn, Le Grand Ballon 

Le Grand Ballon is de hoogste top van de Vogezen. Een ideale plek voor wandelaars en fietsers op zoek naar een uitdaging. Of misschien ook wel een plaats voor toeristen, op zoek naar een uitzichtpunt. Omdat we een beetje in beide categorieën pastten, parkeerden we de auto een paar km verwijderd van de top. Een fijne picknick gaf ons de energie om een wandeltocht naar de top te beginnen.
 Eenmaal -moe en bezweet- bovengekomen, konden we genieten van een 360° zicht van de Vogezen. Het voelt alsof je je op de top van de wereld bevindt. Dit duurt dan wel niet zo heel erg lang, want in de verte doemen de toppen van de Alpen op. Bilbo -die ik later zal introduceren- poseert even op de foto, zodat onze zweetkopjes even kunnen rusten.
Na Le Grand Ballon werken we rustig de route af, en tegen 17u zijn we klaar. Er volgt een zoektocht naar een parkeerplek, en die werpt zijn vruchten af. We doen een grote doorsteek richting het Juragebergte, want via Park4Night hebben we een zalig plekje gevonden. Op een letterlijke steenworp verwijderd van de grens met Zwitserland, naast een klein meertje geproduceerd door een lokaal stuwdammetje, parkeren we onze trouwe viervoeter. 
Het is een zeer aangename plek, met zelfs een kampvuurcirkel die we proberen te gebruiken (maar hilarischerwijs in mislukken). We maken ons een potje pasta carbonara, praten even na over de reis tot zover, en kruipen in ons bedje. Net als we instappen om te slapen zie ik dat we de frens van 1000km overschreden hebben. 
 De volgende dagen bezoeken we het Juragebergte, met als eerste punt op de agenda: de Trappen des Doods. Da's voor morgen.

Ps: hoe wilder de plekjes, hoe slechter het internet, sorry voor het wachten.

Pps: de prijzen voor mobiele data zijn zo duur in zwitserland, dat het posten van 1 blogpost hier, letterlijk 255 euro kost aan mobiele data...

dinsdag 20 juli 2021

dag 3: Sentier des Roches

19 juli, 22u30, Witzenheim

''Oe ver es't nog? Mijn voetn doen zjier.''

Normaal gezien zou deze dag ''route des cretes'' heten, aangezien we deze wilden afwerken vandaag. Maar de post heet nu 'sentier des roches' omdat dat het grootste ding van de dag was.
We stonden rustig op, langs een wegeltje in het bos. Met een ontbijtje achter de kiezen gingen we snel terug op weg. Heel wat vergezichten doen ons beseffen hoe moeilijk het is om een uitzicht op foto te zetten. Daarom zal ik dus niet veel foto's toevoegen met vergezichten (behalve de uitzonderlijke natuurlijk).
Het plan was dus om vandaag sentier des roches te doen, en dan de route af te werken met 'le grand ballon', de grootste berg van de Vogezen. We kregen heel wat tegenslagen en hebben tijd en afstanden verkeerd ingeschat. Hierdoor konden we pas om 14u vertrekken op de befaamde sentier.
De sentier des roches is een van de bekendste wandelingen in de vogezen. Geroemd door prachtige wilde paden, hele diepe afgronden, magnifique vergezichten, en jammerlijk genoeg hier en daar dodelijke ongevallen. Een luswandeling van 12km, met meer dan 660 m hoogteverschil. Het was uiterst lastig, maar een herberg met artisanale limonade hielp om de energie en het enthousiasme hppg te houden. Een kilometertje mislopen deerde ons dus uiteindelijk niet.
Om 19u, een stuk later dan verwacht, komen we terug aan onze auto om tot de conclusie te komen dat we de route des cretes niet kunnen afwerken vandaag. Dit zou betekenen dat we ons moeten haasten, en zoals je vast wel al gemerkt hebt; daar doen we niet aan mee. In plaats daarvaan gaan we op zoek naar een gezellig dorpje om een pizza te eten, waar we tot onze verrassing omringd worden door ooievaars en hun geklepper. Vanop het dorpsplein konden we in 1 oogopslag minstens 5 ooievaarsnesten zien, allen gevuld met de klepperende vogels. Een dorpje verder vinden we een goedkoop hotelletje waar we voor deze nacht zullen verblijven. Na zo een lange en drukke dag, doet een verkwikkende douche wonderen voor de spieren en het moraal (en de hygiëne ook natuurlijk). Rest mij enkel nog een blogpost te typen vooraleer ik met een gerust hartje in een warm bedje slaap vanavond. 
Tot morgen, waar we deze keer écht devogezen achter ons zullen laten.

Not all those who wander are lost - Gandalf - 

(sometimes they are though)


Dag 2: Wijnroute van de Elzas

18 juli, 7u30, Marlenheim.

De zunne, de zieeje, de luchd (zonder zieeeje)

Al vroeg (lees: 7u30) worden we gewekt door de eerste zonnestralen van de dag. Traag maar zeker worden we wakker en beginnen we op te staan. Wanneer de gordijnen worden weggehaald blijven we even kijken naar het prachtige uitzicht. Om wakker te worden op zo'n plek, het voelt heel erg fijn. Een vrij korte en vochtige nachtrust wordt snel vergeten dankzij het prachtige uitzicht. Al bij al wel nog steeds een stuk comfortabeler dan in een tentje.
Snel en vol goesting om te beginnen maken we ons klaar om te vertrekken, het dorpje in. We kopen een vluchtig maar lekker ontbijt bij de lokale bakker, dat we opeten bij een kleine wandeling doorheen de mooie straatjes van Marlenheim. Het geeft ons beide het gevoel van een dorpje in tirol te zijn, maar met een achtergrond van franse wijnranken, heel speciaal maar wel heel mooi. Na ons wandelingetje vertrekken we de wijnroute op. 
We lusten beide geen wijn, maar merken snel dat dat niet nodig is om te kunnen genieten van de route. Kronkelige wegen, wijnranken zover het oog reikt, gezellige Duits uitziende dorpjes, en een prachtig stralend zonnetje. Hier en daar stappen we uit om kort even een plekje te verkennen, om dra terug de route verder te gaan.
Tegen de middag gaan we naar een van de mooiste uitzichtpunten van de Elzas. Een flinke klim wordt beloond met een prachtig 360° zicht. Het weer is zo helder dat we in de verte al de eerste bergen van de alpen kunnen zien. 
Terug beneden genieten we van een klein maar lekker gerechtje dat 'flammenkuchen' wordt genoemd. De eerste keer dat ik op restaurant ben sinds Italië vorig jaar.
 'Nog een stukje bosbestaart?' Ons Frans bleek jammer genoeg niet te volstaan om het aanbod af te slaan (toevallig toch), en even later konden we nog genieten van een heerlijk dessert voor we onze weg vervolgden.
Meer van hetzelfde, maar we gaan niet klagen, het blijft een pittoreske route all-round.
Wanneer we de Château du Haut-Kœnigsbourg passeren (en merken dat er zoveel volk loopt dat we hem links laten liggen) verlaten we de wijnroute. 
We maken nu de verbinding naar de route des Crètes, een weg die ons langs de bergkammen van de vogezen tot voorbij Mulhouse leidt. Ook deze weg laat snel van zijn schoonste kant zien. Net voor we onze 2e slaapplek bereiken, komen we boven op een col op een kleine parkeerplek. We worden helemaal verrast door een prachtig uitzicht over het stuk vogezen waar we net doorgereden zijn.
Moe maar content zoeken we onze slaapplek op; te midden een bos op een boswegje.
We doen nog even een kleine wandeling, waarbij we een familie everzwijnen tegenkomen. De moeder is wel heel erg verdedigend over jaar jongen, dus maken we ons snel uit de voeten.
Terug aangekomen op onze slaapplek zijn we zo vermoeid van de dag, dat we bijna onmiddellijk (lees: 22u30) in slaap vallen voor de 2e nacht. 

Rare jongens die everzwijnen  - Obelix -

zondag 18 juli 2021

dag 1: Richting Vogezen

17 juli, 15u. Haacht. 

Ons avontuur start waar elk avontuur start. Thuis in Belgie, in ons bed. Met het motto van deze reis zijnde ''we haasten ons voor niemendal'' slapen we goed uit om onze reis te starten. Op het gemak ontbijten, wassen, urenlang bagage puzzelen in ons raket en dan nog middageten (jeezes tijd gaat snel soms). Uiteindelijk vertrekken we rond 15u richting vogezen. Marlenheim is ons eerste doel, daar start de route van de wijnen van de elzas. 
Om in de alpen te geraken, is het wel een heel eind rijden. Om geen stress te hebben en te genieten van de trip doen we daarom eerst enkele andere befaamde autoroutes. We starten dus op de ''route des vins d'alsace'' om dichtbij sélestat over te schakelen op de ''route des cretes''. Deze 2 routes verbinden we dan aan ''route des grandes alpes'' om daarmee dus de alpen te doorkruisen.
Maar dat zijn allemaal routes en zorgen voor later, first on our list: Marlenheim.
Marlenheim is een dorpje dichtbij straatsburg, in de Franse Elzas. Na enkele pit stops voor frisse lucht, benzine, en een maaltijd komen we omstreeks 21u aan op onze parkeerplek. We zoeken elke avond een mooi plekje om te slapen, zodat een eventueel slechte nachtrust 's ochtends instant vergeten wordt dankzij het verbazingwekkende uitzicht. Vandaag op ons eerste plekje is dat alvast gelukt. Tussen de wijngaarden, hoger op de berg, uitkijkend op het dorpje dat de staft van onze road trip betekent. Het is machtig om hier te kunnen parkeren, en gewoon in ons bed te kunnen kruipen. Tot morgen, wanneer ons avontuur écht begint.

On the road again -Willy Nelson-

zaterdag 17 juli 2021

Ride Into The Sunset

21u 03, Waregem. 
T'zonneke begost ol te schemern toen dak de deure van min us toetrok. 

Er kwam een einde aan de wekenlange voorbereiding voor mijn volgende reis. Een idee dat al een hele tijd door ons hoofd spookte kon eindelijk uitgewerkt worden. Misschien kan je het zelfs een ultiem gevoel van vrijheid noemen; een eigen 'camper'. Ofja, eerder een bed met wielen, want daar stopt de vergelijking met een camper ongeveer. (Afgezien van het feit dat mijn auto ook wit is). 
We hebben deze laatste weken dus een uiterst kleine (we noemen het schattig, klein is maar een triestig woord) Mitsubishi Space Star omgebouwd tot een stealth camper. Een auto waar dus in geslapen kan worden. Met dit wit raket van een auto(otje) trekken we nu op weg naar de Franse Vogezen, Jura-gebergte en Alpen. We zullen veel steile banen trotseren, wandelingen plegen, eten koken, en blogposts maken. Veel avontuur, en dat 2 weken lang. 
Eerst moeten we natuurlijk wel vertrokken raken... Met een bang hartje -omdat ik waarschijnlijk wel iets vergeten ben- en na een kort afscheid van de vriendelijke huishond Donna, vertrek ik. 
First stop: Haacht. Hier pik ik mijn travel companion op. Geen dier, geen mascotte, zelfs geen uit karton gesneden lift-duim, maar mijn vriendin, de altijd-happy Jacoba.

Samen gaan we dus 2 weken op avontuur met onze kleine stealth camper doorheen wilde natuur. Lees gerust de (hopelijk bijna) dagelijkse updates over ons avontuur hier :) 
Ik ben ermee weg, tot morgen!

I think I'm quite ready for another adventure. - Bilbo -