Bedeesd steken we even ons hoofd buiten. We bespieden kort de bosrand en komen -opgelucht- tot het besef dat er geen monsterhond te zien is. De nacht ervoor waren we namelijk het bos ingejaagd door een heel kwaad geblaf en gegrom van een hondachtige. Ik ben niet snel bang, maar dit deed ons beide toch wel op ons ongemak voelen. Maar niet getreurd, we leven nog.
Vandaag op het programma: iets waar ik al maanden naar verlang, eens in hogere sferen gaan. In tegenstelling tot mijn aan lager wal geraakte leeftijdsgenoten probeer ik dit wel liever zonder leuke plantjes. We 'beklimmen' vandaag niks minder dan ''De Mont Blanc''.
Wanneer ik dit vertel aan mijn reiscompagnon tijdens het ontbijt, kan ze met moeite haar enthousiasme intomen, conclusie: de matras en de binnenkant van de auto ruiken nu naar de opdrogende melk van het potje cornflakes dat ons ontbijt inhield. Een opkuisje en een 2e poging tot ontbijten later gaan we op weg.
We rijden naar Chamonix, een befaamd bergstadje aan de franse voet van de Mont Blanc. De berg geeft mij de allereerste blik op een besneeuwde top. Nog nooit eerder in mijn hele leven zag ik een berg, die echt een berg was. Een berg met een boomgrens, gletsjers en gletsjermeren, seracs, en pure kolossaliteit. It os a sight to behold.
Bijna even imposant als de berg is het prijskaartje voor de kabellift (je dacht toch niet dat we TE VOET de Mont Blanc zouden beklimmen zeker). Een luttele 70 euro per persoon. Maar ik kan u zeggen, het is hem Elke.Cent.Waard.
De kabellift neemt ons in 2 fases van het grondniveau naar een top van 3842m boven zeeniveau. Dit is de hoogste plek die ik, en daarmee ook heel mijn gezin ooit heeft bereikt. (Ah verdorie.. vergeet ik weeral dat vliegtuigen bestaan)
Let me tell you, vandaag was volgens mij de zotste ervaring in mijn hele leven, of toch wel zeker op vlak van natuur. Ik heb mooie reizen gemaakt en magnifique steden en plaatsen gezien, maar dit sloeg alles. Wanneer je uit uw peperdure kabellift stapt -waar je al zwetend aan 32 graden bent ingestapt- en die koude voelt, het is niet te beschrijven. Van 32 graden, naar een stuk onder 0, met rukwinden die ik in mijn leven nog niet gevoeld heb, rukwinden die écht pijn doen omdat ze snijden aan uw benen en striemen aan uw gezicht van de koude, en dat op 10 minuten tijd.. (kijk eens aan, het lukt toch om het een beetje te beschrijven, maar om het te geloven, jongens, daar moet je het zelf voor gedaan hebben.)
Wat normaal ook een toeristische trekpleister was, bleek nu door corona en miezerig weer een plaats van rust. Observatieplatformen waar normaal honderden mensen staan aan te schuiven voor een blik op De Grote Witte Berg zijn nu verlaten. Daar grijpen we dan ook onze kans. We blijven bovenop de berg elk platform ontdekken, ijstunnels doorwandelen, genieten van het uitzicht (wanneer de wind 2 seconden gaat liggen, anders zie je oprecht niks) tot we noodgedwongen de majestueuze plek moeten verlaten; we krijgen ijskoud in onze short en regenjasjes. Dat is ook maar normaal wanneer het vriest en je 2u rondloopt op een plek die zelfs door vliegen wordt vermeden.
We nemen dus, na oneindig veel ''oooh's'' en ''aaaah's'' en met spijt in het hart, de kabellift terug naar beneden. Een kleine kilometer lager bereiken we met de lift een soort tussenstation. De trip van helemaal naar beneden tot boven zou namelijk veel te lang zijn voor een kabellift. Dit tussenstation bevindt zich nog steeds hoog boven de boomgrens en biedt een ruw en onvriendelijk maar prachtig landschap aan. We willen natuurlijk niet op de Mont Blanc staan en met lege handen (zonder wandelen dus) naar huis gaan, en de temperatuur was hier een heel stuk leefbaarder dus besloten we een klein tochtje te doen. Vanop een platform bovenaan zagen we ongeveer op deze hoogte een helblauw meertje. En dan bedoel ik ook wel helblauw, want dit is niet het kleur dat je verwacht van water, dit verwacht je van ijs of zo van die coolpacks voor ontstoken enkels die in uw diepcries zitten. Dit water was zó helder, en zó koud, dat je het echt zag aan de kleur van het water. Volle moed gingen we dus op zoek. Deze wandeling, hoewel kort in afstand en tijd, was voor mij een van de mooiste wandelingen die ik ooit gedaan heb. (Ja ik weet het, ''maar baptist, gebt dat nu al 5 keer gezegd deze reis'', en ja, je hebt gelijk, maar dat wilt alleen maar zeggen dat het een mooie reis was, nah!)
Het pas bestond uit niks meer dan stenen, er was geen pad, hier en daar zag je een bordje, zodat je wist welke richting je ongeveer uit moest, maar er was gewoon geen aarde of gras om een padje op aan te duiden. Als 2 heel erg lompe berggeiten kropen we dus onze weg naar het blauwe meertje dat we boven gezien hadden. Toen we aankwamen waren we terug moe en bezweet van het geklauter, en zetten we ons op een rots om een koekje te eten en te reflecteren over wat we de laatste uren allemaal gezien hadden.
Ik had een vreemd maar aangenaam gevoel op die plek. Dat meer straalde een soort gevoel uit dat moeilijk te omschrijven valt. Het was er niet stil; een mama wilde vakantiefoto's van haar opstandige kleuters, en een hollandse papa wilde indruk maken op zijn dochters door te pootjebaden in het meertje, maar toch straalde het een soort rust uit. Het ligt op zo'n onbegaanbare plek, het heeft zo koud dat het voelt alsof geen enkel levend wezen erin kan overleven en dat leek zo 'sterk' zo een 'macht' dat die plek had precies. En dat lieten we even bezinken, met op de achtergrond nog steeds de bron van dit meer, de 4.5km hoge berg.
Net voor we terug vertrokken, deed ik wat elke toerist niet laten kan. Ik steek even mijn voeten in het meer. Ongeveer 6 seconden nadat je je voet tot je enkel in dat water steekt, voel je je grote teen niet meer. Je huid wordt helemaal wit en begint zelfs blauw te worden, en elk spiertje begint plots stevig pijn te doen. Je kan oprecht niet langer dan 30 seconden in dit meer staan omdat het zoveel pijn deed. Het deed me alleen maar meer denken aan de ontoegankelijkheid voor mensen op zo'n plek, terwijl we terug richting kabellift begonnen te wandelen.
Terug aan het station zetten we ons op een bankje, genietend van een zonnetje dat ons terug lekker warm houdt. We blijven zitten kijken naar alles in de omgeving, alle sneeuw, de toppen, de valleien gevuld met dorpjes, de enkele alpenkauwen die als znige vogel te zien zijn hier. Geen betere plek om te praten, wat dingen te plannen voor de dagen erna en een beetje te appreciëren wat voor een przchtige dag het was.
We zitten goed. Zo goed zelfs, dat we blijven zitten tot een van de laatste kabelliften van de dag wordt afgeroepen. Beneden doen we snel onze jassen terug uit en zoeken we onze getemde schimmel terug op.
Dit was veruit de grootste activiteit die we deze reis zouden doen, (i mean, op de top vd Mont Blanc staan, dat is toch echt wel een vinkje erbij op de bucket list) en dus hadden we ook ruim de tijd genomen om ervan te genieten. Het was ondertussen 17u30.
We beslissen om nu in 1 rit naar Albertville te rijden. Daar hadden we net een hotel geboekt, het eerste in 4 dagen tijd, dus ik kan je verzekeren, douchen deed heel veel deugd. We aten nog een heerlijke maaltijd op een lokaal pleintje met jazzmuziek op de achtergrond van het festival even verderop. En besluiten van hieruit morgen ons oorspronkelijk reisplan eindelijk aan te vangen. Alles dat we tot hiertoe gezien en meegemaakt hebben, was eigenlijk hetgeen 'onderweg' naar de Route Des Grandes Alpes. Een 670km lange route van Genève tot de Cote d'Azur, doorheen 5 natuurgebieden, en de hoge en noordelijke Franse Alpen. Die route start morgen (spoiler, het is er mooi enzo) dus gaan we nu goed slapen. Tot morgen! (of binnen 2 weken als ik maar zo traag posts upload)
Ps: ik wil nog even zeggen dat vandaag werkelijk voor mij een van de gekste dingen was die ik al ooit heb meegemaakt. Een eerste keer ooit zag ik een besneeuwde top, en dan nog niet de minste, een van de hoogste toppen van de wereld. Daarbovenop ben ik gewoon daar boven gaan staan (ma echt e) ik kan het nog steeds niet echt geloven. EN DAARBOVENOP heb ik bijna mijn teen verloren aan een gletsjermeer dat zo blauw ziet als een hoop gesmolten smurfen. (Lichtjes overdreven dan wel, dat van de teen, niet van de smurfen)
Ik raad hierbij iedereen dus aan, betaal die 70 euro, en ga daar naar boven, ge gaat het u in heel uw leven nie spijten. Pinky promise